Een succesverhaal
D66 is een belangrijke aanjager geweest voor wat betreft emancipatie in de Nederlandse samenleving. Op het vlak van homo-emancipatie kan een groot gedeelte van de behaalde wetgeving inzake alternatieve samenlevingsvormen, bijvoorbeeld tussen mensen van het gelijke geslacht, op het conto van D66 geschreven worden.
Een korte historie: 1994 is het jaar dat het eerste Paarse kabinet aantreedt met ministers en staatssecretarissen van PvdA, D66 en VVD. In de herfst van dat jaar wordt de weg vrijgemaakt naar openstelling van het burgerlijk huwelijk tussen mensen van het gelijke geslacht. Toenmalig staatssecretaris van Justitie en D66-lid Elizabeth Schultz liet toen haar collega-ambtenaar op het ministerie van Justitie, de Groningse Sylvia Wortmann, onderzoeken wat de mogelijkheden konden zijn van alternatieve samenlevingsvormen.
De Groningse Wortmann maakte haar ronde en inventariseerde bij de fracties van PvdA, VVD en D66 wat de voorkeuren waren. Boris Dittrich, Tweede Kamerlid van D66, was hierin, ondanks de waarschuwende juridische bezwaren van Wortmann, heel stellig: “Ik zou graag zien dat het huwelijk wordt opengesteld voor homoseksuelen.” En zo geschiedde. Dittrich maakte zelf een uitgebreidere notitie van pro’s en contra’s omtrent het ‘homohuwelijk’ en fractiegenoot Bakker gaf twee fractievergaderingen later een vlammend betoog ter ondersteuning van Dittrich’s voorstel om het huwelijk open te stellen voor mensen van hetzelfde geslacht.
Nog tijdens de eerste Paarse regeringsperiode kwam er een wet die het geregistreerde partnerschap regelde. Toen nog zonder steun van de VVD. Een jaar voor het einde van Paars II werd het huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht definitief een feit. Op 1 april 2001 werd artikel 30, Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, als volgt gewijzigd door de coalitiepartners van D66, VVD en PvdA: “Een huwelijk kan worden aangegaan door twee personen van verschillend of van gelijk geslacht.”
De gewijzigde wet van 1 april 2001 betekende een unicum in de wereld. Langzaamaan volgden andere landen het voorbeeld van Nederland. Niet alleen op het vlak van gelijkberechtiging voor homoseksuelen en lesbiennes, maar ook op andere emancipatoire vlakken kwam er in de jaren 90 flink wat beweging. Ook binnen D66 resulteerde dat in nog meer bewustwording. Denk daarbij aan de oprichting van thema-afdelingen op het vlak van emancipatie.
Wat is er al binnen D66?
D66 faciliteert vanuit het landelijke bureau in Den Haag verschillende thema-afdelingen die op het raakvlak van emancipatie en sociale acceptatie liggen. Zij richten zich intern onder andere op het Landelijk Bestuur, de fracties van D66 in de Eerste en Tweede Kamer, het Opleidingscentrum en het Kenniscentrum. Deze thema-afdelingen hebben de structuur van de geografische afdelingen en zijn dan ook zelf verantwoordelijk voor hun werkwijze, jaarplan, de inhoud van hun bijdragen, en hun activiteiten. De thema-afdelingen functioneren verder als platform waaruit discussie en debat voortkomen. De landelijke thema-afdelingen hebben ook het recht om moties en amendementen in te dienen op congressen en geven zo ook een inhoudelijke invulling aan het landelijke beleid van D66.
De volgende drie landelijke thema-afdelingen / platformen liggen op het kruispunt van emancipatie en sociale acceptatie en geven inhoudelijke sturing aan bijvoorbeeld de Eerste en Tweede Kamer op deze beleidsvlakken:
• ‘Integratie en Diversiteit’: Deze thema-afdeling wordt geleid door Dhr. Wouter Touw, die tevens voorzitter is van de werkgroep ‘Zorg en Welzijn’ van de lokale afdeling D66 Den Haag. Verder is hij secretaris van de ‘Nederlands-Arabische Kring Den Haag’.
• ‘Vrouwen – Mannen – Mensenrechten’: Dit landelijke D66 platform wordt geleid door Mevr. Miranda Smidt. Het platform is in 1996 gedurende de paarse periode opgericht. ‘Vrouwen-Mannen-Mensenrechten’ focust zich op gelijkberechtiging van vrouwen en mannen. Extern participeert dit platform zich in een samenwerkingsverband van platformen van verschillende politieke stromingen die zich focussen op vrouwenemancipatie; het ‘Politiek Vrouwen Overleg’.
• ‘Zorg en Welzijn’: Deze thema-afdeling wordt aangestuurd door Dhr. Paut Kromkamp en heeft inmiddels zo’n 80 D66-leden onder zich. De deskundigen in het platform zijn actief op het gebied van gezondheid, welzijn en zorg. Dhr. Kromkamp zelf is actief in de steunfractie van D66 Goes.
Wat is er al binnen de regio Groningen?
Het emancipatiebeleid in de regio Groningen concentreert zich voornamelijk in de gemeente Groningen. De nota ‘Kansen Bieden, Kansen Pakken, Emancipatiebeleid 2010-2013’ bevat de vernieuwde ambities van het college om de komende jaren het emancipatiebeleid vorm te geven. Daarbij moet gezegd worden dat er volgens de nota in Groningen -nog- geen grote knelpunten gesignaleerd worden op het vlak van emancipatie.
Voor de nieuwe emancipatiebevorderende maatregelen is structureel € 220.000,00 per jaar beschikbaar gesteld. Maar ook gedeeltes uit het minderhedenbudget (Zie evaluatienota ‘Op Eigen Kracht: Visies op Organisaties van Minderheden’ uit maart 2008 en de nota ‘Een Visie op Zelforganisaties, 2009-2012’) zullen gaan bijdragen aan emancipatiebevorderende maatregelen. Bij deze emancipatiebevorderende maatregelen wordt ernaar gestreefd om het geld in te bedden in andere gemeentelijke beleidssectoren en ze een plekje te geven rond thema’s als ‘Werk & Emancipatie’, ‘Integratie’, ‘Communicatie & Voorlichting’, ‘Diversiteit’, en ‘Discriminatie’. Met dit inclusiefdenken wordt getracht om op groepen in de Groningse samenleving te focussen die buiten de reikwijdte van het reguliere beleid vallen en die een extra zetje nodig hebben in hun emancipatieproces.
Een goed voorbeeld van het inclusiefdenken zijn de onlangs verstrekte koplopergelden en de gemeentelijke subsidie uit het emancipatiebudget aan stichtingen die zich focussen op homo-emancipatie, te weten de Stichting LGBT (Lesbian, Gay, Bisexual & Transgender, ter bevordering van sociale acceptatie) en de Stichting Evenementen (verantwoordelijk voor activiteiten als Roze Zaterdag en de Regenboogweek). Koplopergelden zijn door het ministerie van OCW verleende gelden aan 18 landelijke gemeenten die besluiten om het homo-emancipatiebeleid verder te concretiseren. De Gemeente Groningen heeft hiervoor vanuit het Ministerie van OCW al €75.000,00 mogen ontvangen. Middels moties zijn deze €75.000,00 direct overgeheveld naar de Stichting LGBT. De Gemeente Groningen heeft dit bedrag aangevuld met €25.000,00. Verder kon de Transgendergroep, die gebruik maakt van de faciliteiten van Stichting LGBT, rekenen op een jaarlijks subsidiebedrag van €3.000,00. Dit ter ondersteuning van de organisatiekosten en individuele hulpverlening. De €25.000,00 en €3.000,00 worden afgetrokken van het emancipatiebudget a €220.000,00.
Dit is een concreet voorbeeld van de financiële invulling van het emancipatiebeleid. Ook de verschillende zelforganisaties (Zelforganisaties zijn stichtingen of platformen die een bepaalde minderheidsgroep in de regio Groningen vertegenwoordigen) ontvangen eerstelijns subsidies en aanvullende subsidies ter bevordering van emancipatie, integratie en sociale acceptatie.